© Jespo

Tawfeek: ‘Het is zo mooi dat kinderen zich meer herkennen in onze anderstalige sporttrainers’

Jespo is een grote sportorganisatie met een breed sportaanbod voor kinderen en jongeren. Ze heeft sinds kort ook een opleidingstraject voor nieuwkomers die trainer willen worden. Projectmedewerker Tawfeek Zen Alabden en trainer Yender Cano, die het traject succesvol afrondde, willen graag andere sportorganisaties inspireren om hun voorbeeld te volgen.

Tawfeek: ‘Het is zo mooi dat kinderen zich meer herkennen in onze anderstalige sporttrainers’

Jespo is een grote sportorganisatie met een breed sportaanbod voor kinderen en jongeren. Ze heeft sinds kort ook een opleidingstraject voor nieuwkomers die trainer willen worden. Projectmedewerker Tawfeek Zen Alabden en trainer Yender Cano, die het traject succesvol afrondde, willen graag andere sportorganisaties inspireren om hun voorbeeld te volgen.
© Jespo

Tip 1: Kies voor een duidelijk profiel maar sta ook open voor potentieel

Jespo mikt op nieuwkomers met een sporttechnische achtergrond en een taalniveau 2.2 of hoger. Yender: ‘In Venezuela was ik sportleerkracht voor onder andere competitie rolschaatsen. Ik had dus al een beetje ervaring en in België behaalde ik een taalniveau van 2.2, dus ik kon meteen starten.’

Toch laten ze soms ook mensen met een lager taalniveau toe. Tawfeek: ‘Als iemand in het thuisland al ervaring heeft als sporttrainer, dan weet die in een les meteen met welke oefening ze bezig zijn. Die persoon kan zich dus volledig focussen op het Nederlands. Iemand met een laag taalniveau én geen ervaring kan gewoon niet snel genoeg meedraaien. Dat maakt het moeilijk voor de anderstalige, maar ook voor de begeleidende sportcoach.’

Bel een kandidaat op en nodig die uit voor een kennismakingsgesprek. Dan pas kan je écht aftasten of die persoon qua Nederlands het juiste niveau heeft

Toch raadt Tawfeek aan om verder te kijken dan enkel het behaalde taalniveau en te polsen naar de taalvaardigheden die nodig zijn op de werkvloer: ‘Bel een kandidaat op en nodig die uit voor een kennismakingsgesprek. Dan pas kan je écht aftasten of die persoon qua Nederlands het juiste niveau heeft. Ik heb ooit eens iemand geïnterviewd die op papier het juiste niveau had, maar in de praktijk amper een gesprek met mij kon voeren.’

Tip 2: Bouw een traject met groeiende verantwoordelijkheden uit

Jespo tekende een opleidingstraject met 4 stappen uit. In elke stap dagen ze de sportcoaches uit met opdrachten en extra verantwoordelijkheden. Van bij het begin krijgt elke deelnemer een boekje om tijdens of na de les allerlei interessante woorden en zinnen in te noteren. Tawfeek: ‘Als je iets niet begreep of je hoorde een nieuw woord, dan schrijf je dat best op om eruit te leren. Anders ben je het een paar lessen later weer kwijt.’

Als je iets niet begreep of je hoorde een nieuw woord, dan schrijf je dat best op om eruit te leren. Anders ben je het een paar lessen later weer kwijt

In stap 1 leren Tawfeek en de kandidaat elkaar beter kennen. Ze kiezen een sportactiviteit en gaan samen naar de eerste les om de sportcoach en de kinderen te ontmoeten. Gaat dat allemaal goed? Dan gaat de kandidaat naar de volgende stap.

Stap 2 is een gewenningsperiode om de taken en het Nederlands dat erbij hoort te leren kennen. Tawfeek: ‘Je assisteert, maar je geeft nog geen les. Je legt materiaal klaar, noteert de aanwezigheden, begroet de kinderen of helpt met aankleden. De focus ligt op het versterken van het Nederlands. De anderstalige trainers oefenen bijvoorbeeld op korte motiverende woordjes en zinnetjes zoals “goed bezig”.’ Ze bouwen de taal op door elke sportles samen te overlopen, door veel vragen te laten stellen en de woordenschat stap voor stap uit te breiden. Ook de begeleidende sportcoach kent het takenpakket van de anderstalige.

Heb je alle instructie- en feedbacktaal in de vingers? Dan ga je naar stap 3, waarin je als trainer-in-opleiding ook vergoed wordt. Yender: ‘Dan mag je een hele les oefeningen voorbereiden, uitleggen en voordoen.’ Niet iedereen doorloopt alle stappen. Sommigen starten meteen in stap 3. Tawfeek: ‘Als je ervaring én een hoog taalniveau hebt, dan kan je perfect lesgeven en een oefening uitleggen.’

Als je stap 3 succesvol afrondde, dan neem je alle taken als sporttrainer op. Tawfeek staat ook dan nog steeds klaar voor vragen of ondersteuning mocht dat nodig zijn.

Tip 3: Geef persoonlijke begeleiding

Tijdens het traject volgt Tawfeek elke anderstalige heel nauw op. Hij telefoneert geregeld met hen en plant ook verschillende lesbezoekjes in. Op die momenten is er ook ruimte voor feedback op maat zowel op vlak van Nederlands als op sporttechnisch en didactisch vlak.

Tijdens de eerste les is Tawfeek er altijd bij. Hij neemt op dat moment de rol van cultureel bemiddelaar op: ‘Er is niet alleen een verschil in taal, maar ook in cultuur. De anderstalige kent niet altijd de Belgische sociale normen. Zeg je iedereen goeiendag? Geef je een hand of niet? Ik heb dat zelf ook meegemaakt, dat gevoel van onzekerheid. Sommige sporttrainers beantwoorden vragen nogal kort en zeggen niet altijd hallo. In België is dat misschien normaal, maar voor sommige culturen is dat erg onbeleefd. Dat kan ervoor zorgen dat de anderstalige geen vragen meer durft te stellen, dat die in de war is of zelfvertrouwen verliest. Met mij erbij kunnen we dat voorkomen en dan voelt iedereen zich meer op zijn gemak.’

Tip 4: Geef extra sport- en taalondersteuning

Met een opleiding EHBO en Start 2 Coach in klare taal probeert Jespo de deelnemers nog meer te versterken. Bij Start 2 Coach krijgen ze extra didactische handvatten mee: ze leren beter structureren (lessen voorbereiden en afspraken maken), motiveren (kinderen inspireren en aansporen), aandacht verdelen (de groep of een individuele sporter belonen) en een meer coachende rol opnemen (kinderen oefeningen laten kiezen en uitleggen).

Als extra taalondersteuning ontwikkelde Jespo samen met CVO Antwerpen een module Nederlands voor sporttrainers.Tawfeek: ‘Het Nederlands dat je daar leert staat helemaal in het teken van een sportles. Mensen die de module volgden, gaan veel vlotter door het traject.’

Tip 5: Wees je bewust van de drempels maar zie ook kansen

Tawfeek was enkele jaren zelf sportcoach bij Jespo. Hij weet als geen ander dat het voor nieuwkomers vaak moeilijk is om het traject vol te houden: ‘Nieuwkomers hebben onstabiele situaties. Ze zijn op zoek naar werk, verhuizen veel, zijn nog bezig de taal te leren en dan is zo’n traject een zware investering. Alles is nieuw en het is moeilijk om het allemaal te combineren. We hebben al erg enthousiaste mensen in het traject gehad die spijtig genoeg door omstandigheden  moesten afhaken.’

Yender herkent zich daarin: ‘Op enkele jaren tijd heb ik geprobeerd een stabiel leven op te bouwen door bijvoorbeeld Nederlands te leren en het traject te voltooien. Maar onlangs kreeg ik te horen dat mijn verblijfsvergunning niet is goedgekeurd. Er is dus nog steeds geen zekerheid.’

Om de kandidaten te blijven aanmoedigen, sturen de sportcoaches de lesvoorbereidingen op voorhand door en staan ze in nauw contact met hen via WhatsApp.

Als er kinderen zijn die nog niet zo goed Nederlands begrijpen, dan weten wij maar al te goed hoe dat voelt

Maar de nieuwkomers zijn ook belangrijke rolmodellen: ‘Veel van de kinderen in de sportles hebben ook een anderstalige achtergrond. Het is erg mooi dat zij zich nu ook meer herkennen in onze sportcoaches.’ Yender: ‘En als er kinderen zijn die nog niet zo goed Nederlands begrijpen, dan weten wij maar al te goed hoe dat voelt.’

Bekijk ook