© Atlas

Hoe ondersteun ik een anderstalige vrijwilliger?

Vrijwilligerswerk is een nuttige oefenkans voor anderstaligen en een meerwaarde voor jouw organisatie. Met deze 4 tips ondersteun je een anderstalige vrijwilliger optimaal.

Hoe ondersteun ik een anderstalige vrijwilliger?

Vrijwilligerswerk is een nuttige oefenkans voor anderstaligen en een meerwaarde voor jouw organisatie. Met deze 4 tips ondersteun je een anderstalige vrijwilliger optimaal.
© Atlas

Creëer een veilige omgeving

Maak voldoende tijd voor een warm onthaal 

Spreek de vrijwilliger bij de voornaam aan en voer een informeel gesprekje.

Stel de anderstalige vrijwilliger voor aan andere medewerkers en vrijwilligers

  • Geef iedereen een naamsticker en voer informele babbels in de pauze.
  • Betrek de anderstalige vrijwilliger actief bij gesprekken.
  • Laat de vrijwilliger met verschillende mensen samenwerken als dat kan. Zo leren ze elkaar beter kennen en voelt de vrijwilliger zich sneller op zijn gemak.

Duid een aanspreekpersoon aan voor de vrijwilliger op de werkvloer

Deze begeleider: 

  • werkt de eerste weken op dezelfde tijdstippen als de vrijwilliger
  • vraagt bij het begin en einde van de dag hoe het vrijwilligerswerk gaat
  • motiveert de vrijwilliger en geeft feedback
  • ondersteunt de vrijwilliger als die hulp nodig heeft of erom vraagt 

Geef op voorhand duidelijke informatie aan de medewerkers 

  • Wanneer start de vrijwilliger?
  • Hoe verloopt het onthaal?
  • Wie is aanspreekpersoon voor de vrijwilliger?
  • Hoe kan je je taalgebruik aanpassen? Volg eventueel samen met je team een vorming klare taal.

Gebruik klare taal

Spreek eenvoudig Nederlands

Geef de ander de tijd om jou te begrijpen en te antwoorden

Een anderstalige heeft soms meer tijd nodig om na te denken over een antwoord. 

  • Toon geduld en begrip als het nog niet vlot loopt.
  • Moedig mensen aan om te praten, ook al maken ze fouten, bijvoorbeeld knikken, oogcontact maken, ‘Probeer maar, ik help je wel.’
  • Spreek af dat fouten maken mag, zo leer je het meest.

Gebruik controlevragen voor de belangrijkste info 

Ga er niet van uit dat mensen het durven te zeggen als ze iets niet begrijpen. Stel concrete en open vragen. 
Bijvoorbeeld:

  • Zeg niet: Begrijp je het? Is alles duidelijk?
  • Zeg wel: Wat moet je straks eerst doen? 
  • Zeg ook: Hoe laat moet je morgen komen?

Help de vrijwilliger bij moeilijke gesprekken

Herhaal dialect of moeilijke woorden van bezoekers, klanten of collega’s in klare taal.

Zoek passende taken

Zoek taken die aansluiten bij het taalniveau van de vrijwilliger

Is de taak nog te moeilijk? Gebruik hulpmiddelen zoals woordenlijsten, stappenplannen of afbeeldingen om de taak te ondersteunen. Of laat de vrijwilliger de taak in het begin samen met een andere medewerker doen. Zorg voor extra uitdaging of nieuwe taken als de vrijwilliger dit aankan.

Zorg voor interactie met Nederlandstaligen 

Geef de vrijwilliger taken waarbij hij moet spreken met collega’s, klanten, bewoners, deelnemers, bijvoorbeeld eten serveren, spullen bij iemand wegbrengen, een persoon begeleiden.

Laat de vrijwilliger zoveel mogelijk zelf praten tijdens de taak 

Neem gesprekken niet te snel over van (zwakkere) vrijwilligers. Laat de vrijwilliger liever zelf de vragen stellen.

Coach en stimuleer de vrijwilliger in het spreken

Lok gesprek uit 

  • Gebruik prikkels in de omgeving om vragen te stellen, bjivoorbeeld ‘Weet je hoe dit heet?’.
  • Formuleer samen wat je aan het doen bent, bijvoorbeeld ‘We zetten de bakken met de lege flesjes op de onderste plank, we zetten de theezakjes op de bovenste plank.‘

Voer ook alledaagse gesprekjes 

Start op rustige momenten of in de pauze zelf gesprekjes en betrek de vrijwilliger in conversaties met anderen. 

Geef feedback op taal

Benoem fout taalgebruik niet expliciet, maar herhaal correct. 

Bijvoorbeeld:

‘Ik heb twee kind.’
‘Ah, heb jij twee kinderen? Hoe heten ze?’ 

Geef ook complimenten over het Nederlands, bijvoorbeeld ‘Dat heb jij goed onthouden. Dat zeg je heel juist!'.

Bereid samen een moeilijk gesprek voor

Overloop bepaalde vaktermen, zinnen of dialectwoorden die vaak gebruikt worden, bijvoorbeeld goede openingszinnen zoals ‘Hebt u al iets besteld?’ of ‘Wat kan ik u brengen?’ voor een vrijwilliger die meehelpt in een bar.

Een ideale oefencontext voor de vrijwilliger is niet overal haalbaar. Bekijk een overzicht van knelpunten en mogelijke oplossingen.

Bekijk ook