© Frederik Beyens

3 tips voor een rondleiding op maat van anderstaligen in een museum

Een klassieke rondleiding volgen in een museum is vaak niet haalbaar als je nog niet veel Nederlands kent. Bovendien leer je Nederlands vooral door het te spreken. Net daar ligt volgens Annelie Willems (atlas Antwerpen) de kracht van rondleidingen op maat van anderstaligen.

3 tips voor een rondleiding op maat van anderstaligen in een museum

Een klassieke rondleiding volgen in een museum is vaak niet haalbaar als je nog niet veel Nederlands kent. Bovendien leer je Nederlands vooral door het te spreken. Net daar ligt volgens Annelie Willems (atlas Antwerpen) de kracht van rondleidingen op maat van anderstaligen.
© Frederik Beyens

Annelie ondersteunt de Antwerpse musea om hun werking toegankelijker te maken voor anderstaligen. ‘Als gids moet je de controle kunnen loslaten. Als je deelnemers helpt te verwoorden wat ze zien en voelen, ontstaat er vaak een diepgaand gesprek.’ Ze zet belangrijke tips op een rijtje.

Tip 1: Stel jezelf op als moderator

In een interactieve rondleiding spreken de deelnemers minstens de helft van de tijd. ‘Dat zorgt voor een andere dynamiek,’ vindt Annelie. ‘Deelnemers kennen de Europese kunstgeschiedenis vaak niet. Maar als ze naar een portret van een edelvrouw kijken, herkennen ze wel haar kleren, haar juwelen, de moeite die ze heeft gedaan om zich klaar te maken voor een feest. Daar pik je als gids op in, door open vragen te stellen die aansluiten bij de leefwereld van de groep. Zo vertel je samen het verhaal van het kunstwerk.’  

Als gids draag je niet zozeer kennis over, maar bemiddel je tussen deelnemer en kunstwerk.

De voorbije jaren werkte Annelie vaak met een bijzondere methode, Visual Thinking Strategies (VTS). Daarbij vertrekt alles vanuit de groep, niet vanuit de gids. Annelie: ‘Eigenlijk is het een methode die ontwikkeld is om mensen traag en aandachtig te leren kijken naar kunst. Je stelt vragen die helpen om nauwkeurig te observeren. Als gids draag je niet zozeer kennis over, maar bemiddel je tussen deelnemer en kunstwerk. Je helpt kijken en formuleren en je stimuleert discussie tussen de deelnemers. Je werkt automatisch op het niveau van de groep. Je staat ervan te kijken hoeveel inzicht je zo uit een groep haalt.’

Tip 2: Maak je rondleiding taalrijk

Dat betekent niet ‘heel veel’ woorden, maar wel ‘bewust gekozen’ woorden, op maat van de groep. Die zijn niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk. ‘Wie over kunst praat, gebruikt soms vaktaal en verouderde woorden. Woorden zoals "boeg", "klompen" of "perspectief". Daar moet je je natuurlijk afvragen of de groep dat woord kan gebruiken in het dagelijks leven. Is het interessant genoeg, dan kan je het nieuwe woord verklaren met een voorbeeld, een eenvoudig synoniem of een korte definitie.’

Tip 3: Creëer een veilige context en verwelkom

Sommige deelnemers komen voor het eerst in een museum. Ze weten vaak niet wat ze kunnen verwachten. ‘Een paar eenvoudige vragen bij het binnenkomen doen vaak wonderen: hoe zijn jullie naar het museum gekomen? Ben je ook al naar een ander museum geweest? Dat eerste contact stelt ze vaak op hun gemak. Veel meer dan een voorstellingsrondje.’ Veiligheid staat volgens Annelie centraal. ‘Als mensen het gevoel hebben dat de gids nieuwsgierig is naar wat ze te zeggen hebben, dat hij moeite wil doen om te luisteren en hen te begrijpen, dan durven ze makkelijker spreken.’

Geef mensen vooral tijd en pik in op wat ze zeggen, niet op hoe ze het zeggen.

En wat als mensen liever niet praten? Annelie: ‘Je kan deelnemers uitnodigen om te praten, maar dwing zeker niemand. Nederlands oefen je ook door te luisteren. Geef mensen vooral tijd en pik in op wat ze zeggen, niet op hoe ze het zeggen. Als een deelnemer zegt dat "De schilder is warm voor mij", zeg dan bijvoorbeeld: “Dat is een heel interessante opmerking: je zegt dat het schilderij voor jou warm aanvoelt, dat het warme kleuren heeft.” Zo herhaal je het met de juiste woorden, maar nog belangrijker: je bedankt de ander voor zijn bijdrage.’  

Bekijk de video over Visual Thinking Strategies.

Dit artikel is een herwerking van een artikel in Faro (september 2019).

Bekijk ook