© Stefanie Van Stee

Stefanie: ‘Het zijn net de informele momenten die studenten zo appreciëren.’

4 jaar geleden startte de Universiteit Antwerpen met Taalmaat, een buddyproject waarbij anderstalige nieuwkomers die 1 jaar lang intensief Nederlands studeren de taal ook informeel kunnen oefenen. Dat doen ze met Nederlandstalige studenten, de ‘taalmaten’. Tegelijk bouwen ze een netwerk uit en leren ze de hogeschool of universiteit kennen. Projectcoördinator Stefanie Van Stee vertelt hoe Taalmaat gegroeid is.

Stefanie: ‘Het zijn net de informele momenten die studenten zo appreciëren.’

4 jaar geleden startte de Universiteit Antwerpen met Taalmaat, een buddyproject waarbij anderstalige nieuwkomers die 1 jaar lang intensief Nederlands studeren de taal ook informeel kunnen oefenen. Dat doen ze met Nederlandstalige studenten, de ‘taalmaten’. Tegelijk bouwen ze een netwerk uit en leren ze de hogeschool of universiteit kennen. Projectcoördinator Stefanie Van Stee vertelt hoe Taalmaat gegroeid is.
© Stefanie Van Stee

Tip 1: Luister goed naar wat je buddy’s willen

Taalmaat begon als een project waarbij er groepjes werden gemaakt met Nederlandstalige universiteitsstudenten en anderstalige studenten, maar dat werkte niet in alle groepjes: ‘Soms voelden studenten zich beperkt door die match, alsof ze alleen maar met een paar studenten mochten afspreken. En soms hoorden we achteraf dat ze niet hadden afgesproken, omdat er geen datum was die voor iedereen paste.’ 

De studenten wilden net groepsmomenten waaraan ook studenten uit andere groepjes konden deelnemen. ‘Dit jaar matchen we hen met één iemand als vertrekpunt, maar moeten ze zelf ook twee andere matches vinden. We organiseren 2 of 3 speeddates, zodat alles niet meer van dat ene matchingsmoment afhangt. Zo worden ze gestimuleerd om zelf contacten te leggen.’

Ook de samenkomsten zelf zijn veranderd. Eerst was het de bedoeling dat studenten zelf met hun buddy zouden afspreken. Ondertussen organiseert Stefanie ook een wekelijks groepsmoment waaraan alle studenten van het project kunnen deelnemen: een koffiebabbel, een theaterbezoek, een wandeling. ‘Die vraag naar vastgelegde momenten kwam altijd terug. We zijn gestart met 3 groepsmomenten, maar nu plannen we wekelijks een activiteit voor hen in.’ 

Tip 2: Heb oog voor praktische drempels

Vaak zijn het praktische drempels die ervoor zorgen dat iets niet lukt. Stefanie moest de kalenders van de anderstalige studenten en de taalmaten met elkaar verzoenen en toch voor voldoende oefenkansen zorgen. ‘Hun vakanties en examens vallen op andere momenten. Het eerste jaar liep het project van februari tot mei, omdat we bang waren dat de taaljaarstudenten anders niet genoeg Nederlands zouden kennen. Nu beginnen we half november en bereiden we de taalmaten met de hulp van Atlas voor op de drempels die de taaljaarstudenten dan nog ervaren. Voor de taalmaten is de drukte van de opstart van het academiejaar dan voorbij en taaljaarstudenten spreken dan genoeg Nederlands voor hun eerste gesprekjes.’  

Ook de verschillende campussen en het pendelen vormden een uitdaging: ‘Daarom variëren we in de ontmoetingsmomenten: op vrijdag, op woensdag, op zaterdag. En we plannen activiteiten bij voorkeur vroeg op de avond, want wie pendelt met trein of bus blijft niet in de stad rondhangen.’

Bij de keuze van de activiteiten houdt Stefanie altijd rekening met het taalniveau: ‘In december doen we een iPad-zoektocht in de bibliotheek, want daarvoor hoef je niet veel Nederlands te kennen. Vanaf maart nemen de taalmaten hun buddy’s eens mee naar de les. Zo kunnen ze ervaren hoe het eraan toe gaat in een hoorcollege.’

Tip 3: Wees duidelijk over je verwachtingen en geef ondersteuning

Stefanie vraagt de taalmaten om minimum 2 keer per maand deel te nemen. Alles samen zo’n 20 uur die ze vrij mogen invullen, via groepsmomenten of persoonlijke afspraken. ‘We hebben vooral geleerd dat we heel duidelijk moeten zijn over de verwachtingen. Studenten moeten van bij de start goed weten waarvoor ze zich engageren.’ 

Je moet ze er ook bij helpen: ‘Tijdens het startmoment volgen de taalmaten een workshop klare taal. Dit jaar krijgen ze ook een boekje met tips klare taal, een activiteitenkalender, ieders contactgegevens, suggesties voor vragen, thema’s om over te praten, activiteiten, ... In februari is er een intervisie, waarbij de taalmaten ervaringen uitwisselen.’ 

Tip 4: Zoek een goede mix van on- en offline activiteiten 

Stefanie wisselt af tussen momenten op de campus, in de stad en online. Die online momenten kwamen er door de lockdown, maar ze werken achteraf gezien ook drempelverlagend: ‘Sommige pendelende studenten die niet deelnamen aan de groepsmomenten, deden nu plots wel mee. Die kunnen misschien niet in de stad afspreken, maar van thuis uit wel een uurtje vrijmaken voor een online babbel.’

Wat ze doen, is elke week anders. ‘Je hoeft niet altijd iets speciaals te doen. Een wandeling in de stad, iets gaan drinken, … het zijn net die informele momenten die studenten zo appreciëren. Spreektaal is toch anders dan de taal die een taaldocent in de klas gebruikt. De omgangstaal, daar willen ze op oefenen.’

Tip 5: Zorg voor een goede doorstroom

Taalmaat richt zich op studenten die Nederlands leren om verder te kunnen studeren. Als ze het jaar erop inschrijven aan de universiteit, kunnen ze terecht bij het Monitoraat op maat. ‘Daar kunnen ze workshops of individuele begeleiding krijgen. Denk maar aan hulp bij schrijven, academische teksten lezen of omgaan met academische woordenschat.’ 

Tip 6: Leg linken binnen je organisatie

Het project is ondertussen ingebed in verschillende vakken aan de universiteit en daarbuiten. Studenten Taal- en Letterkunde kunnen stage doen bij Taalmaat, net als studenten uit de lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool. Stefanie ‘Een van de taalmaten nam vorig jaar deel via Community Service Learning, een vak waarin ze theorie combineert met maatschappelijk engagement en reflectie. Voor dat vak heeft ze onderzoek gedaan naar de knelpunten van student-vluchtelingen die aan het taaljaar deelnemen. Voor die student-vluchtelingen willen we in de toekomst graag een specifiek begeleidingstraject uitstippelen.’ 
 

Bekijk ook