© 't Werkhuys

Product in de kijker: het programmaboekje van ‘t Werkhuys

‘t Werkhuys is een sociaal-cultureel ontmoetingshuis in het hart van Borgerhout. Een heel diverse buurt dus, maar dat zie je niet altijd terug in ‘t Werkhuys: ‘Het programmaboekje was 1 van de drempels,’ vertelt stafmedewerker Machteld De Ryck. Samen met Abdessalam Hassani, medewerker taalbeleid bij Atlas, werkte ze een toegankelijker programmaboekje uit.

Product in de kijker: het programmaboekje van ‘t Werkhuys

‘t Werkhuys is een sociaal-cultureel ontmoetingshuis in het hart van Borgerhout. Een heel diverse buurt dus, maar dat zie je niet altijd terug in ‘t Werkhuys: ‘Het programmaboekje was 1 van de drempels,’ vertelt stafmedewerker Machteld De Ryck. Samen met Abdessalam Hassani, medewerker taalbeleid bij Atlas, werkte ze een toegankelijker programmaboekje uit.
© 't Werkhuys

Tip 1: Schrijf en structureer op maat van de lezer

‘Je wilt je als lezer direct aangesproken voelen,’ begint Machteld. ‘Vroeger informeerden we mensen vooral. Dat was niet altijd logisch voor de lezer. De activiteiten die we zelf organiseerden en die van externe partners stonden op een andere plaats in het boekje, terwijl ze inhoudelijk samen hoorden.’

Nu is het boekje opgebouwd vanuit de noden van de bezoeker. Abdessalam: ‘Het vertelt nu niet meer wat ‘t Werkhuys organiseert, maar wat jij er allemaal kan komen doen.’ Machteld knikt: ‘Onze twee belangrijkste activiteiten staan nu gewoon tussen de andere.’ Moeilijke keuze? Machteld: ‘Ach, de bezoeker komt gewoon voor de activiteit, niet per se voor wie het organiseert.’

Het boekje vertelt nu niet meer wat ‘t Werkhuys organiseert, maar wat jij er allemaal kan komen doen.

Samen met Abdessalam stelde Machteld profielen op van de verschillende soorten bezoekers. Abdessalam: ‘Die profielen waren de ogen waaruit we vertrokken. We focusten op wat elke potentiële bezoeker wilt lezen in het programmaboekje.’ De nieuwe inhoudstafel heeft nu een duidelijke structuur met activiteiten voor kinderen, volwassenen en iedereen.

Ook de pagina over zaalverhuur werd aangepast. Abdessalam: ‘De titel “zaalverhuur” is niet uitnodigend, maar informatief. Als je zegt “zaal huren” of “huur een zaal”, dan spreek je de lezer direct aan. Bovendien vertrekt de tekst nu vanuit situaties die de lezer kan herkennen, zoals “Wil je een feestje geven?” of “Wil je een activiteit organiseren?”’ Machteld: ‘En voor gedetailleerde informatie en foto’s van de zaal verwijzen we door naar de website.’

Tip 2: Speel in op wat je bezoekers nodig hebben

Een deel van de bezoekers is kansarm, laaggeletterd en/of anderstalig. ‘t Werkhuys creëerde nieuwe rubrieken om de noden van kwetsbare groepen een prominente plek te geven zoals: mensen ontmoeten en gratis en goedkope activiteiten. Door de activiteiten te plaatsen onder ‘voor iedereen’ betrekken ze de bezoekers bewuster bij het bredere aanbod zonder hen te viseren. Machteld: ‘We hopen dat mensen die nu een goedkope maaltijd komen eten, het boekje zien liggen en meenemen.’

De uitnodigende visie van ‘t Werkhuys wordt telkens benadrukt. Abdessalam: ‘We herhalen steeds dat iedereen welkom is, om mensen te ontmoeten of om samen dingen te doen. Dat neemt deels ook een drempel weg.’ Bij de vrijwilligerspagina voegden ze ook toe dat mensen die Nederlands willen oefenen erg welkom zijn. Machteld: ‘Dat is al zo, want we hebben vrijwilligers die Nederlands oefenen tijdens de afwas of in het café maar we willen het nog extra in de aandacht zetten.’

Tip 3: Maak doordachte lay-out keuzes

Eenvoudige lay-out bevordert de leesbaarheid. Maar dat brengt wel wat regeltjes met zich mee: ‘In het begin voelden die nieuwe regels wel erg beperkend aan,’ vertelt Machteld. ‘We dachten “oei, mogen de vormgevers ook nog iets leuks doen?”’.

Maar met de tijd kwam ook weer de creativiteit. Machteld: ‘We wilden de speelsheid echt behouden. We wilden geen strakke lay-out. Anders heb je gewoon een infofiche.’ Dat idee weerspiegelt zich in het diverse kleurgebruik, in de verticale lijntjes die niet allemaal kaarsrecht of even vet zijn of in kaders die niet allemaal op de dezelfde hoogte staan.

Hoe meer leeslijnen je hebt, hoe drukker je design oogt. Voor zwakke lezers is het erg moeilijk om zich dan te oriënteren op een pagina. Ze haken af voordat ze aan de tekst beginnen.

Een grote aanpassing in de lay-out was de leeslijn. Vanuit elk blokje tekst of foto op het blad kan je horizontale en verticale lijnen trekken waardoor je een soort van visuele structuur krijgt. Abdessalam: ‘En hoe meer leeslijnen je hebt, hoe drukker je design oogt. Voor zwakke lezers is het erg moeilijk om zich dan te oriënteren op een pagina. Ze haken af voordat ze aan de tekst beginnen.’

Tip 4: Gebruik herkenbare tekeningen

Tekeningen kunnen misleidend zijn als ze niet heel herkenbaar zijn. Dat merkte Machteld ook toen ze het vorige programmaboekje voorlegde aan een groep cursisten van Ligo: ‘Voor mij waren die tekeningen heel creatief, maar voor laaggeletterden waren ze verwarrend.’

Toch wilt Machteld alle doelgroepen blijven aanspreken: ‘Ons publiek is heel divers. Hooggeletterd, laaggeletterd, jong, oud. Het moet een boekje blijven voor iedereen. Er blijven dus ook abstractere tekeningen en verdwaalde bolletjes om die speelse toets te behouden.’ 

Tip 5: Schrijf in klare taal

Klare taal betekent onder meer… schrappen. Machteld: ‘Het nieuwe boekje is nog maar half zo lang als het oude. Alle thema’s staan er nog steeds in, er zijn er zelfs bijgekomen! Maar we hebben ons echt bij elk stukje afgevraagd wat we precies willen vertellen en welke informatie noodzakelijk is.’

We hebben ons echt bij elk stukje afgevraagd wat we precies willen vertellen en welke informatie noodzakelijk is.

Vooral de activiteiten van externe lesgevers namen veel ruimte in. Machteld en haar collega’s herschreven de teksten in klare taal en vroegen de lesgevers om feedback. Het was erg moeilijk om een middenweg te vinden. Afstemmen met de partners is daarbij cruciaal. Abdessalam: ‘De nieuwe visie moet duidelijk zijn voor iedereen. Als je gewoon dingen verandert en het resultaat toont zonder dat iedereen goed begrijpt waarom, dan kan weerstand terecht zijn.’

Machteld: ‘Sommige lesgevers vinden dat de tekst in klare taal niet langer de complexiteit van de activiteit dekt. Anderen zijn ontevreden dat niet elke activiteit evenveel ruimte krijgt. We nemen die feedback mee. Misschien is een maximum aantal woorden in de toekomst een mogelijk vertrekpunt.’

Om wat minder ruis te hebben bij complexere activiteiten raadt Abdessalam aan om foto’s toe te voegen: ‘Het maakt activiteiten zoals Thai Chi ineens veel concreter. Gebruik wel foto’s die dicht staan bij de lezer en de realiteit.’

Tip 6: Laat anderen aan het woord

In de toekomst wil Machteld ook graag bezoekers, lesgevers en vrijwilligers aan het woord laten. Dat zorgt voor betrokkenheid. Als je jezelf als lezer herkent in de persoon die graag wil leren flamenco dansen of samen-tuinen, dan neemt dat ook weer drempels weg. ‘Die persoonlijke beleving, dat werkt altijd hé,’ sluit Machteld nog hoopvol af. ‘Er zijn zo veel verhalen. Het zou leuk zijn om daarvoor een platform te creëren.’

Er zijn zo veel verhalen. Het zou leuk zijn om daarvoor een platform te creëren.

Bekijk hier het resultaat van de samenwerking in het nieuwe programmaboekje van 't Werkhuys

Bekijk ook