© Sigrid Spinnox

8 tips om anderstaligen Nederlands te laten oefenen tijdens een sportactiviteit

Bewegen en een taal oefenen? Het is een uitstekende combinatie. Dat vindt ook An Geukens, die als vrijwilligster yogalessen geeft aan anderstalige volwassenen. Ze vertelt hoe ze haar lessen aanpakt.

8 tips om anderstaligen Nederlands te laten oefenen tijdens een sportactiviteit

Bewegen en een taal oefenen? Het is een uitstekende combinatie. Dat vindt ook An Geukens, die als vrijwilligster yogalessen geeft aan anderstalige volwassenen. Ze vertelt hoe ze haar lessen aanpakt.
© Sigrid Spinnox

Tip 1: Ken je groep

‘Het is heel belangrijk om op maat van de deelnemers te werken. Gun jezelf daarom de tijd om het niveau van je groep te leren kennen. Laat iedereen zeker aan bod komen in de eerste sessie. Sommige mensen zijn best vlot, terwijl anderen eerder verlegen zijn. Ga daar bewust mee om.’

Tip 2: Zoek een gulden middenweg

Vaak bestaat een groep uit deelnemers met verschillende opleidingsniveaus. An probeert daarom een middenweg te vinden. ‘Als je de focus legt op de allersterksten, haken de anderen op den duur af. Maar wanneer je al je aandacht aan de beginners besteedt, blijven de gevorderden op hun honger zitten.’

Tip 3: Mix de deelnemers 

‘Stel duo’s of groepjes samen op basis van niveau. Je kan bijvoorbeeld 2 sterke en 2 minder sterke deelnemers samen zetten. Zo leren ze iets van elkaar tijdens de sportsessies. Evengoed kan je voor een oefening ook deelnemers met hetzelfde niveau bij elkaar brengen. Zo kunnen ze onderling, op hun eigen tempo en niveau, met elkaar oefenen.’

Tip 4: Geef een instructie altijd op dezelfde manier

‘Ik ben ervan geschrokken hoeveel verschillende woorden ik soms gebruik om hetzelfde te zeggen,’ bekent An. Voor mij betekenen ‘handen omhoog’ of ‘armen in de lucht’ precies hetzelfde. Maar voor iemand die de taal nog niet goed kent, zijn dat 2 verschillende dingen. Dat kan voor verwarring zorgen.’

Ik ben ervan geschrokken hoeveel verschillende woorden ik soms gebruik om hetzelfde te zeggen.

‘Geef een instructie altijd op dezelfde manier. Dat is gemakkelijker voor de deelnemers om te onthouden.’ An vraagt ook regelmatig aan iemand om een instructie in haar plaats te geven. ‘Zo oefenen ze de taal echt.’

Tip 5: Neem jezelf op 

‘Je zou jezelf eens moeten opnemen als je een coaching of training geeft. Dan hoor je meteen hoe vaak je verschillende woorden gebruikt om hetzelfde uit te leggen. Of hoe een instructie nog simpeler kan. Wees je bewust van je eigen taalgebruik. Zo kan je beter en gerichter les geven.’

Tip 6: Visualiseer

Gebruik beelden bij de oefeningen. Dat maakt het niet alleen bevattelijker, maar ook leuker. Een voorbeeld daarvan is het yoga alfabet. ‘Elke letter stelt een pose voor. Aan de hand van de letters proberen deelnemers woorden te maken. Tegelijkertijd oefenen ze de verschillende poses.’ 

‘Yoga doe je met je hele lichaam. De verschillende poses hebben ook allemaal een naam. Zo kan je makkelijk taal aan sport linken. Ik vraag geregeld aan deelnemers om lichaamsdelen te benoemen of de positie van hun lichaam te beschrijven tijdens een pose.’

Tip 7: Herhaal, herhaal, herhaal

‘Het begint allemaal met het begrijpen en kunnen volgen van de instructies. Dat is voor sommigen een drempel, zeker in het begin.’ An start daarom altijd met dezelfde opwarmingsronde. Zo creëert ze een routine. Die zorgt voor een gevoel van zekerheid, waardoor de drempel verlaagt. ‘Je hoeft niet elke les met nieuwe dingen te beginnen. Herhaling is belangrijk. Daardoor zijn veel deelnemers sneller mee met bepaalde zaken.’

Je hoeft niet elke les met nieuwe dingen te beginnen. Herhaling is belangrijk.

Tip 8: Maak tijd voor en na het sporten

Soms zijn deelnemers in het begin wat verlegen of onzeker. An legt haar focus niet alleen op het sporten, maar besteedt ook tijd aan taal. ‘Ik hecht veel belang aan een gezellige babbel voor en na elke yogasessie. Daardoor zijn deelnemers minder zenuwachtig en haal je meer uit het sporten.’
 

Bekijk ook